Onze visie:

Elk kind centraal!
De Mienskip, mienskiplijk ûnderwiis troch excellint ûnderwiis

Onze visie op onderwijs is gericht op het bevorderen van eigenaarschap van de leerlingen. Vanuit onze visie: 'Elk kind centraal' hebben wij oog voor elk individu en stimuleren wij de leerlingen om het beste in zichzelf naar boven te halen. Iedere leerling mag zichzelf zijn en is uniek in zijn eigen talenten, vaardigheden, kennis en levensovertuiging. Het eigenaarschap stimuleren wij door formatief te handelen en met behulp van het digitaal portfolio, aandacht voor de executieve functies, het werken in 7 niveaus bij de cognitieve vakken, het werken in domeinen, talentgericht werken, de driehoeksgesprekken en het waarderend schoolrapport. Door de leerlingen eigenaar te maken van hun leren en ontwikkeling, raken de leerlingen zich bewust van wie ze zijn, wat hun talenten zijn en waar hun uitdagingen liggen. Het doel van ons excellentieprofiel is dat de leerlingen inzicht krijgen in hun eigen kunnen, kennen en talent en hier verantwoordelijkheid in nemen. Door de juiste begeleiding, uitdaging en ruimte af te stemmen op de behoeften van de leerling, kan hij excelleren en zo tot ontwikkeling komen.

Op de Mienskip hebben wij aandacht voor het bevorderen van eigenaarschap bij leerlingen. Wat verstaan wij onder eigenaarschap. De volgende definitie vinden wij het meest passend: Eigenaarschap houdt in dat de leerling zelf verantwoordelijkheid neemt voor zijn leerproces (Hintze, Burke & Beyerlein, 2013). In ons onderwijs willen we de leerling centraal stellen. De leerling neemt zelf verantwoordelijkheid voor diens leren en is in staat met de tools die wij aanreiken om zelf keuzes te maken. De leerling reflecteert op diens handelen en ontvangt feedback vanuit zijn omgeving (zowel van de leerlingen als leerkracht). Op deze wijze komt de leerling tot ontwikkeling en krijgt hij inzicht in zichzelf.

Eigenaarschap bestaat uit de volgende trainbare vaardigheden: eigen doelen stellen, zelfevaluatie, zelfmonitoring en zelfinstructie.

- Eigen doelen stellen: een doel is datgene wat je wilt bereiken. Wanneer leerlingen (mede)eigenaar van het leerproces wilt maken, is het van belang dat ze zicht krijgen op de doelen en de vermoedelijke opbrengsten. Het werken met doelen is zinvol omdat ze bijdragen aan focus op de juiste aspecten. Tijdens de lessen wordt er doelgericht gewerkt aan de lesdoelen per vakgebied/ per blok. Van belang is om leerlingen te betrekken bij de leerdoelen en heeft het meeste effect wanneer ze het leerdoel zich eigen maken. Daarnaast is er ruimte om eigen doelen te stellen bij het driehoeksgesprek en de kindgesprekken.

- Zelfevaluatie: het stellen van doelen en effectief evalueren staat met elkaar in verbinding. In de dagelijkse praktijk is er aandacht voor de executieve functies die noodzakelijk zijn om te komen tot leren. We leren onze leerlingen om te reflecteren op hun eigen werk en na te denken over de volgende stap in hun ontwikkeling. Waar sta ik nu, waar wil ik naartoe en wat is hiervoor nodig. De verschuiving van ik heb mijn werk af, naar ik heb dit geleerd.

- Zelfmonitoring: De ontwikkeling die doorgemaakt is, wordt zichtbaar gemaakt en is zelf volgend. Dit proces vindt vooral plaats in het digitaal portfolio en het waarderend schoolrapport. Hierin laten ze zien welke ontwikkeling zij doorgemaakt hebben en verlenen ze betekenis aan datgene wat ze hebben geleerd.- Zelfinstructie: Leerlingen kunnen zelf goed aangeven of zij voor het behalen van doelen instructie nodig hebben (Deleij, 2016). Binnen de vakken ervaren leerlingen autonomie om aan te geven of ze deelnamen aan de klassikale instructie, of dat ze zelfstandig met dit leerdoel aan de slag kunnen. De leerkracht past zijn handelen aan, op de behoeften van de groep. De leerkracht neemt een andere rol aan binnen het leerproces van de leerlingen. Hij wordt de vragen-stellende begeleider die leerlingen faciliteert in plaats van de activiteiten plant.

- Zelfinstructie: Leerlingen kunnen zelf goed aangeven of zij voor het behalen van doelen instructie nodig hebben (Deleij, 2016). Binnen de vakken ervaren leerlingen autonomie om aan te geven of ze deelnamen aan de klassikale instructie, of dat ze zelfstandig met dit leerdoel aan de slag kunnen. De leerkracht past zijn handelen aan, op de behoeften van de groep. De leerkracht neemt een andere rol aan binnen het leerproces van de leerlingen. Hij wordt de vragen-stellende begeleider die leerlingen faciliteert in plaats van de activiteiten plant.

Onze identiteit: